Dolf Jansen ontmoet Bianca (en een beetje Plien)

Als interviewer maak je nog eens wat mee. Weet ik sinds kort. Laat ik het zo zeggen, voor je Plien, Bianca en uw dienaar bij elkaar hebt, zijn er een hoop voeten in de aarde geramd. Maar nu zit ik uiteindelijk, op een koude dinsdagochtend in een Amsterdams tophotel, voor dit interview. Met eh… Bianca. Waar is Plien?

Is Plien de Mol? Gaan ze nu dus helemaal niet door elkaar praten, waar ik me zo op verheugd had? Laat ik dit zeggen: de man van Plien heeft ALLE autosleutels meegenomen en voor Plien is even 35 kilometer hardlopen naar deze stad wat veel gevraagd. Een telefoonverbinding brengt uitkomst. Hoewel Bianca daar dan niet alleen doorheen blijkt te kunnen praten, maar zelfs ook haar hand op de speaker kan leggen. Maar goed, de dames zijn het toch eigenlijk bijna altijd over bijna alles eens.

B: ‘We kwamen eens na elkaar binnen bij Patrick Stoof [cabaretier, tekstschrijver]. Ik zei zoiets van “Oh, wat een mooie bank! Hé, zit je haar anders? Oh, wow, wat een leuk schilderij heb je daar.” Kwartier later kwam Plien…’ P: ‘Ja, inderdaad. Ik zei echt letterlijk “Oh, wat een mooie bank! Hé, zit je haar anders? Oh, wat een leuk schilderij heb je daar opgehangen.”’

Als openingsvraag had ik bedacht: wat zijn jullie eigenlijk? Ik bedoel: twee actrices? Een musicalster en een award winning actress? Of toch gewoon Plien en Bianca? B: ‘Nou, dat weet ik ook niet zo goed. De basis is Plien en Bianca. Van daaruit doen we allebei heel veel dingen ernaast die we ook heel leuk vinden. Ik zou niet één ding kunnen kiezen.’

Vanaf april staan jullie zeven weken in DeLaMar, in ‘Slippers’ van Alan Ayckbourn. Hoe dat zo? B: ‘DeLaMar had die zeven weken openstaan. Wij wilden graag een stuk maken en met Bas en Peter samenwerken [respectievelijk Hoeflaak en De Witte, de mannen die jarenlang als Droog Brood fijne absurdistische voorstellingen maakten]. Was nog wel even gedoe, met andere stukken en repetitieperiodes en zo, maar we gaan het doen.’ P: ‘Ik verheug me erg op Bas en Peter. We zijn groot fan van wat ze doen, hun humor en talent. Dus samen spelen lijkt me echt top.’

Als ik de promotiefoto’s zie, zit ik gelijk in een soort seventies-vibe. Ik zie het ongemak eraf spatten. Ligt dat laatste aan mij? B: ‘Nee, dat klopt wel, het leven is natuurlijk ook ongemakkelijk. Alleen wij vinden het grappig daar gebruik van te maken, dat te spelen of uit te vergroten.’

Zijn jullie het dan altijd meteen eens, over of je iets gaat spelen, of iets grappig is? P: ‘Nee, niet altijd. Voor onze vorige voorstelling kwam Bianca met YouTube-filmpjes van modeshows, en hoe grappig het zou zijn als je dan zou vallen, tijdens die show. Ik dacht: huh? Maar toen zijn we het gaan doen en was het zo leuk. Mensen moesten ook keihard lachen. En daar gaat het toch om.’ B: ‘Die vorige voorstelling hebben we gemaakt met Roel Bloemen, die is echt fantastisch, die schrijft zulke goeie dingen voor ons. Dan werken we met Patrick [zie boven] en met hem zitten we hele dagen in het repetitielokaal. Gewoon ouwehoeren, over de kinderen en showbizz en van alles, tot iemand zegt: “Het is drie uur, we moeten ook nog wat maken vandaag!” En dan zeggen wij: “We hebben een stukje verzonnen.” En dan doen we dat. Als Patrick moet lachen weten we: daar gaan we mee door. Later komt Kees Prins erbij. Die kan dan zeggen: “Leuk, dit, maar er moet nog iets met een verhuizing bij. Ik ben vanmiddag terug en dan wil ik iets met een verhuizing zien.” Dan timmeren wij dat in elkaar.’

En dat ongemak, dat ik denk te zien als ik jullie zie? B: ‘Het leven is heel ongemakkelijk, of wij hebben daar heel veel last van. Mag ik lunchen bij de koning en koningin, omdat ik die Emmy had gewonnen, komt hij bij mij en zegt ‘ie: “U doet iets met animatie, toch?” Terwijl ik daarheen ging van: ik mag hier zijn, met mijn prijs, eten met de koning. Dan gebeurt zoiets en is het weer mèh-mèh-mèh.’ Ander voorbeeld. B: ‘Duikt er paar jaar geleden op straat iemand met haar hoofd in mijn kinderwagen en zegt tegen mijn dochter: “Zo lekker met je oma op stap?” En ik vind het ook heel aandoenlijk als we in een vergadering zitten en Plien moet wat zeggen en dat ze dan heel hard gaat blozen.’

Wordt het straks lastig voor jullie om je als Plien en Bianca te schikken naar een regisseur? B: ‘Het stuk bestaat echt uit tekst. Er zit geen raar scènetje in of opeens een dansje, en wij zijn natuurlijk wel van de rare dansjes en zo. Maar Gijs [de Lange, regisseur van het stuk] zei: “Nee, we gaan gewoon doen wat er staat!” P: ‘Ik ben echt benieuwd wat er gebeurt als je buiten het script gaat. Dat willen we ook zeker gaan proberen.’

Als het mag van de regisseur... P: ‘Ja, we gaan zeker meer luisteren. Naar Patrick en Kees luisteren we ook wel, maar bij Plien & Bianca zijn we eindbazen, dat zal nu wel anders zijn. En we vertrouwen op Gijs, dat is ook wel prettig als je zoiets gaat maken.’

Mooi vak, hè? B: ‘Ik las laatst een interview met Lies Visschedijk en die zei “Om een uur of vijf, zes, als wij onderweg zijn, in het busje in de file naar het theater, dan wil je eigenlijk in je hol kruipen, op je plek zijn. Zoals gewone mensen doen.” En in plaats daarvan gaan wij moeilijk lopen doen. Maar dat is óók wat we willen. Wij voelen ons echt bevoorrecht dat we in al die mooie zalen kunnen staan, dat we twee maanden in DeLaMar…’ Ik wil Plien nog om een laatste woord vragen, maar aan de geluiden door de telefoonlijn te horen, is zij bezig haar man op vriendelijke wijze af te rossen met een stevige bos autosleutels.

Slippers van Plien & Bianca en Droog Brood is van 20 april t/m 4 juni te zien in het DeLaMar Theater in Amsterdam. Superaanbieding: 6 nummers van Scènes in de bus voor 19,95 + twee vrijkaarten voor Slippers op een datum naar keuze. 

Tekst: Dolf Jansen, foto's Annemieke van der Togt