*** Fijne theateravond waarin voortdurend veel gebeurt

Met het fraaie openingslied van Rowwen Hèze en de beelden van de DSM mijnramp van 1975, wordt je als toeschouwer meteen de Limburgse geschiedenis in getrokken. Tegen die achtergrond groeien Wiel en zijn vriend Tjeu op. Tjeu heeft grootse dromen van een artiestenbestaan, de bravere Wiel is vooral bezig met de zorg voor zijn moeder die er sinds de mijnramp alleen voor staat. Als de Amsterdamse Lies samen met haar moeder in het dorp komt wonen, storten beide jongens zich op haar.

Lies valt voor de bravoure en charmes van Tjeu en trekt met hem weg uit Limburg. Zes jaar later komen Lies en Wiel elkaar bij toeval weer tegen op Pinkpop. Het avontuurlijke leven met Tjeu heeft dan zijn glans al lang verloren. Zij valt als een blok voor Wiel en ze vormen vanaf dat moment een gelukkig stel. Een stel dat elk jaar Pinkpop bezoekt.

We ontmoeten de oudere Wiel (Huub Stapel) en Lies (Henriëtte Tol), als Wiel zestig jaar is en problemen krijgt met zijn geheugen.  Feilloos kan hij nog steeds opnoemen wie er in welk jaar op Pinkpop speelde, maar als hij zich in zijn garage terugtrekt, gaan de herinneringen aan zijn jeugd steeds meer met hem op de loop. Een tijdmachine, noemt hij zichzelf. Door deze flashbacks ontrolt zich de geschiedenis van Wiel, Lies en Tjeu. Telkens worden sprongen gemaakt naar het nu, waar Lies geconfronteerd wordt met een echtgenoot die de grip op het heden aan het kwijtraken is. Als hij in de garage het Pinkpop koepeltentje op de gasbrander heeft gelegd en de boel bijna in de hens vliegt, is het moment gekomen dat zij niet meer voor hem kan zorgen. De slotscène waarin Wiel zijn vrouw niet meer herkent als zijn grote liefde, is ontroerend en van grote schoonheid.

Wat de voorstelling onrustig maakt zijn de bijna continue, grote projecties van Pinkpopbeelden op het achterdoek. Een dramatisch moment in het verhaal gaat verloren omdat je met spanning zit te wachten tot Pearl Jams Eddie Vedder zich in het publiek stort. Je wilt in het verhaal opgaan, maar onwillekeurig zit je als toeschouwer je kennis van voorbijkomende artiesten te toetsen. Dat is jammer.

De speciaal voor de voorstelling gemaakte liedjes van Rowwen Hèze zijn prachtig en benadrukken de geschiedenis en cultuur van Limburg. Mooi verweven in de voorstelling, prachtig gespeeld vanuit een bescheiden opstelling achter op het toneel. 

Schrijversduo Frans Pollux en Jibbe Willems wilden samen met regisseur Servé Hermans wel erg veel: een ode brengen aan Limburg, Pinkpop, de liefde en dan is er ook nog die Alzheimer. Toch is deze voorstelling een fijne theateravond waarin voortdurend veel gebeurt. En dat geldt dus niet alleen voor Limburgers.

***Pinkpop - Toneelgroep Maastricht, gezien op 8 april 2017 in de Maaspoort in Venlo 

Te zien t/m 24 juni 

Tekst Irma van Gils, foto's Ben van Duin