5

Alles klopt in musical over Adèle, Conny en Jasperina

Jos Schuring

Adèle, Conny, Jasperina – De Grote Drie
Gezien op: 
13 februari Stadsschouwburg Utrecht
Te zien t/m: 
18 mei 2017

Adèle Bloemendaal, Conny Stuart en Jasperina de Jong stonden nooit samen op de planken, maar dankzij het gave idee van producent Hans Cornelissen gebeurt dat nu dus wel in deze gloednieuwe Nederlandse musical. Cornelissen vroeg Ellen Pieters voor de rol van Adèle, Frédérique Sluyterman van Loo is Conny Stuart en Hanneke Drenth speelt Jasperina de Jong. Het resultaat is verbluffend.

In de voorstelling krijgt Adèle een uitnodiging om voor een rijke club Hollandse emigranten in het Midden Oosten op te treden samen met Conny Stuart en Jasperina de Jong. Adèle is de drijvende kracht achter dit voornemen vanwege de aantrekkelijke gage. We volgen de drie tijdens de heftige voorbereidingen op het concert met hun mooiste liedjes die in deze voorstelling terecht de meeste aandacht krijgen. De drie actrices doen dat heel erg knap, waarbij een Koefnoen-effect achterwege blijft. Al vrij snel gooit Ellen Pieters de beroemde lach van Adèle de zaal in, maar die wordt gelukkig niet te vaak herhaald. Hanneke Drenth als Jasperina is een vondst en ook Frédérique Sluyterman van Loo als Conny overtuigt.

Het knappe van het aangenaam vlotte script is dat soms enkele zinnetjes genoeg om zijn van het ene naar het andere lied te komen. En toch slaagt schrijver Lars Boom er ook in om drama in het verhaal te krijgen, bijvoorbeeld als na het optreden Jasperina en Conny over hun kinderen praten en Adèle een telefoongesprek fingeert met haar zoon wat de anderen direct door hebben. Adèle was nu eenmaal niet zo goed in moederen en dan blijkt ook eventjes haar eenzaamheid. Mooie scène, mooi gespeeld. Af en toe laat Boom de dames hedendaagse taal bezigen en dat werkt uitstekend. Het geeft aan dat we in 2017 zijn, terwijl de voorstelling natuurlijk ook een trip down memory lane is. Het is ronduit smullen met uitstekende vertolkingen van Het Vingerlied, Herr Heinselmann, Dobbe, Dobbe, Dobbe en het prachtige Bokken en schapen.

Mooi zijn ook de korte gesprekjes tussendoor waarin Conny Stuart bekent dat ze samen met Wm Sonneveld tekende voor de Kulturkammer. Er moest brood op de plank. Stuart en De Jong halen herinneringen op over hun mannen, waarbij Stuart bekent dat ze Sonneveld het meest heeft gemist. Het einde is origineel waarbij het publiek verrassend het laatste woord heeft. De regie van Paul van Ewijk is voorbeeldig en het combo onder leiding van Nico van der Linden excelleert. Werkelijk alles klopt in deze voorstelling.

Te zien t/m 18 mei.

Foto Roy Beusker

 

 

 

 

 

Tags: