Adelheid Roosen Titus Muizelaar

Adelheid Roosen en Titus Muizelaar: Altijd elkaars getuige

Als ik na een uur vraag wat we nu eigenlijk in het theater gaan zien, trekt Roosen een smerig gezicht. ‘Dat is niet de goeie vraag.’ Ze begint als een kind rond te rennen, met haar vingers in haar oren en roept: ‘Niet zeggen, moet je niet zeggen. Niet verklappen wat paps morgen als verrassing heeft. Niet zeggen wat er in het pakje zit. Niet verklappen waar we heen gaan. Niet zeggen, moet je niet zeggen.’

Tekst Jos Schuring | Foto’s Janita Sassen

Druktemaker Adelheid Roosen is al jarenlang een gelauwerd regisseur, maar de waardering voor indringende voorstellingen als Niet meer zonder jou en de WijkSafari neemt nog altijd toe. Nu maakte ze samen met Thibaud Delpeut een bewerking van een tekst van de Zweed Lars Norén. Haar partner Titus Muizelaar speelt ook mee. Hij kijkt geamuseerd naar de act die zijn geliefde opvoert.
Roosen: ‘Als ik de inhoud te veel specificeer, raak ik gevangen. Ik hou niet van frames. Als jij en ik buren zouden zijn, zou ik zeggen (buigt naar me toe, pakt mijn arm, spreekt heel timide): hoi, ik ben Adelheid en zelfs als jij de deur voor me dichtgooit zal ik nog denken: Oh.. hij is boos maar vast niet op mij en hij had wel mooie grijze lokken. Ik ben nu eenmaal een sociaal dier, nieuwgierigheid is voor mij wezenlijk. In jouw ogen kijken, dat is de enige plek waar ik jou kan ontmoeten en nu moet ik huilen. Het ontroert me dat ik in jouw ogen mag kijken om te zien wie jij bent.’

In deze nieuwe voorstelling van Theater Utrecht zien we een verloederd stadsplein met werklozen, alcoholisten, prostituees, dealers, een dichter en een opgebrande manager. Deze grote productie speelt zich niet alleen af in op het podium, maar ook in de zaal en backstage. Cliëntencategorie 3.1 noemde Norén zijn stuk, dat door de makers is omgedoopt tot Thuislozen.
Roosen: ‘In het portiek van mijn huis woonde Jan de zwerver. Ik heb veel van hem geleerd. Mensen in mijn omgeving zeggen dan dat dit komt omdat ik iets wil doen en mij open stel. Maar het gaat erom dat je iets aangaat met iemand. Jan en ik waren in gesprek en hij liet mij niet gaan. Dat vond ik geweldig. Ik wilde hem vervolgens bij de huisvergadering hebben, hij woonde er tenslotte ook. De hele straat was van het padje. Ik vond het contact met hem een enorm cadeau. Zoiets maakt het leven mooi.’
Muizelaar: ‘En als zo iemand dan eenmaal geaccepteerd is, heeft iedereen het over onze jongen in onze buurt. Hij werd bekeken met een ander perspectief. Dat is de grote kracht van Adelheid.’

Andere werkelijkheid

In 2016 regisseerde Delpeut ook een stuk van Norén. In het schitterende Een soort Hades zagen we mensen in een psychiatrisch ziekenhuis. De lijn tussen normaal en ziek bleek soms dun. De voorstelling waarin Muizelaar ook meespeelde, duurde ruim drie uur en dat was nu eens niet te lang, vooral ook omdat je van veel personages een beetje ging houden. Of ze nu iets meer of minder gek zijn, maakte dan al lang niet meer uit.
Muizelaar: ‘Die indeling maakt Norén niet. Begrippen als gek of normaal zijn voor hem hooguit een voorstel voor een soort gedrag, een andere definiëring van de werkelijkheid met verschillende maatschappelijke componenten als onderdeel van een zoektocht naar humaniteit. Norén schreef veel over mensen met psychische problemen en laat feilloos hun waarheid zien waardoor je eigen werkelijkheid anders wordt. Daar ligt een nauw verband met Adelheids werk, vooral in de WijkSafari waarvan bezoekers na afloop vaak zeiden dat ze opeens heel anders keken naar mensen uit hun omgeving.’
Roosen: ‘Die sociale betrokkenheid waait gewoon mee in mijn rug. Ik kijk naar mensen vanuit een humaan of agnostisch gevoel. Ik kijk hoe mensen zijn en vraag me af of ze zich bewust zijn van wie of wat ze zijn. Wat valt er onder het begrip ik? Welke eigenschappen horen daarbij? En wil je die eigenschappen of niet?’
Muizelaar: ‘De codes van wat we als normaal of niet normaal beschouwen bewegen voortdurend. Thibaud had een mooie opmerking van de week. Als ergens een geweldsincident heeft plaatsgevonden vraagt iedereen zich tegenwoordig direct af of er sprake is van een terreurdaad. En zijn we opgelucht als het dat niet was.’
Roosen schampert: ‘Ooohh.. het was maar een verwarde man of een dakloze. Kunnen we weer rustig gaan slapen.’
Muizelaar: ‘We zien allemaal met regelmaat daklozen op straat, maar we vragen ons nooit af tegen welke horizon een dakloze aankijkt. Politiek wordt er volop over gebrabbeld, maar wat het met je doet om een dakloze te zien, daar komen we niet aan toe. Wat Norén en Adelheid gemeenschappelijk hebben, is het tonen van de schoonheid van het individu in zijn eigen habitat. En dat is iets heel anders dan..’
Roosen: ‘…Proberen het leed van de ander te verlichten omdat je dat zelf niet kan dragen.’
Muizelaar: ‘Daarom maak ik toneel, want theater kan bewerkstelligen dat je anders naar iemand kunt kijken omdat het vlak voor je neus gebeurt. Guus Oster sprak zijn teksten vaak uit met spuug. Dat is niet lelijk. Dat is levend. Dat is mooi. Toneel is de kunst van aanraking.’

Heldere gruwelijkheid

Muizelaar: ‘Thibaud heeft dezelfde hartslag als Adelheid. Toen hij na Dantons dood zag hoe honderd Amsterdammers onder aanvoering van Adelheid in De Oversteek het podium opkwamen om daar te gaan overnachten, ontstond zijn interesse voor een samenwerking.’
Roosen: ‘De Oversteek beschouwde ik als een klop op de deur bij de theaters. Veel schouwburgen kennen de mensen in hun eigen omgeving niet goed. Er moeten nog steeds veel meer ramen en deuren open in de theaters.’
Muizelaar: ‘We waren met de Haagse schouwburg in gesprek over Thuislozen en opperden om mensen uit Loosduinen bij de voorstelling te betrekken. Maar ze hadden geen postcodes van die mensen in hun bestand. Ik nam het ze niet kwalijk, maar het toont hoezeer mensen vastgeroest zitten in wat ze gewend zijn.’
Roosen: ‘De gruwelijkheid is soms zo helder. Toen ik met Hugo Borst een televisieserie maakte over mensen met dementie in een verpleeghuis was er ’s nachts op de gang een man met een rollator gevallen. Hugo en ik hadden een kussen voor hem gepakt. Kregen we van de verplegers een standje: Wie heeft dat kussen hier neergelegd? Eerst moest het protocol afgewerkt worden’.

Ondeelbare intimiteit

Net als Een soort Hades kent Thuislozen een grote cast van maar liefst veertien mensen, waaronder George Groot, Ilke Paddenburg en Naomi Velissariou.
Muizelaar: ‘Ik speel een alcoholist. Maar ik speel ook me zelf. Natuurlijk. Als acteurs dat niet doen zou het niet de moeite waard zijn om telkens weer een nieuwe Hamlet te gaan zien. Een regisseur, of dat nu Thibaud of Adelheid is, kan mij van alles vertellen over mijn rol en mijn personage en natuurlijk neem ik dat serieus, maar ik neem wel mijn eigen inzicht mee. Toneelspelers schrijven altijd hun eigen biografie.’
Roosen: ‘Thibaud is echt een leukerd, ik wilde hem net op zijn rug zoenen.’
Muizelaar: ‘Hij is een superverlichte denker. Hij formuleert prachtige zinnen.’
Roosen: ‘De uitdaging in een gesprek zit voor hem niet zo zeer in ego’s, maar in de eer van een gesprek.’                                                                                                                                Muizelaar: ‘Daar zit ook de verbondenheid tussen jullie. Hij toont een grote honger naar wat jij doet en zoekt naar manieren om uit zijn eigen conventies te breken.’ Muizelaar en Roosen zijn al negentien jaar samen. Roosen is een workaholic, is altijd bezig met van alles en heeft ook nog haar eigen gezelschap Zina.                                                                                                        Roosen: ‘Ik heb de hele dag gerepeteerd, zit nu hier met jou te praten en ga straks mijn mails doen. Zo gaat het al jarenlang, zeven dagen per week. Ik heb ook nog zes minuten om een vriend te bellen. Ik ga heel efficiënt met mijn tijd om.’

Maar wanneer zien jullie elkaar dan?

Muizelaar smalend: ‘In het weekend bij de koffie.’ Pauzeert even. Dan: ‘We zijn altijd aanwezig in elkaars bestaan. We hebben een intimiteit die ondeelbaar is, het is een soort vertrouwensveld dat je niet kunt definiëren. En dan moet ik toch aan Wim T. Schippers denken die zei: “Ik misluk liever maatschappelijk dan artistiek.” Dat vind ik zo goed.’
Roosen: ‘Als theaterkunstenaars ontvouwen we voortdurend onze levensvisie. We zijn altijd elkaars getuige. Het voelt als een geheel.’
Praten jullie wel eens over iets anders dan kunst?
Muizelaar: ‘Als we op vakantie een gebouw bekijken vragen we ons altijd af waarom een architect het zo heeft gemaakt. En als we wat gaan drinken vinden we vaak dat een terras slecht is ontworpen.’
Roosen: ‘Ik wil dan meteen dat terras verbouwen.’
Muizelaar: ‘En doe dat je soms ook, dan ga je met tafels schuiven.’
Roosen: ‘En daar word jij vrolijk van.’
Muizelaar: ‘Ja, dat vind ik erg leuk.’

Lars Norén

In de jaren tachtig en negentig was de Zweedse toneelauteur Lars Norén een hype, vooral dankzij Karst Woudstra die zijn werk in Nederland bekend maakte. Jongere regisseurs herontdekken nu zijn werk. Na de dood van zijn moeder werd Norén schizofreen en verbleef in een psychiatrisch ziekenhuis. Tien jaar later debuteert hij als auteur. Hij schreef ruim veertig toneelstukken waarvan vele bekroond zijn. Hij is vaak gezien als de opvolger van Strindberg die door Norén werd gekwalificeerd als ‘een gek, die op een beheerste wijze zijn waanzin als gereedschap gebruikte’. Noréns bekendste stukken zijn De nacht, de moeder van de dag, Demonen en Stilte dat Olivier Diepenhorst in 2015 regisseerde bij Toneelschuur Producties.

Adelheid Roosen

30 juni 1958  Geboren in Teteringen
1978-1982  Akademie voor Expressie door Woord en Gebaar
1982-1987  Purper
1986-heden  Docent aan de Amsterdamse Toneelschool & Kleinkunstacademie
1990   Prosceniumprijs voor Tergend langzaam wakker worden
1998-2006  Bedenkt en regisseert theaterdrieluik Vijf op je ogen, Gesluierde Monologen en Is.Man
2001   De Vagina Monologen
2009   Amsterdamprijs voor de Kunst
2011   Eerste WijkSafari
2016   Lid van de Akademie van Kunsten
2017   Gilder/Coigney International Theatre Award
Speelde haar voorstellingen in het Midden-Oosten, Azië, Afrika, Midden-Amerika en New York

Titus Muizelaar

8 mei 1949  Geboren in Amsterdam
1971   Weg gestuurd van de Toneelacademie Maastricht
1983   Richt samen met Jan Joris Lamers het nog altijd invloedrijke Maatschappij Discordia op
1987   Gerardjan Rijnders vraagt hem voor Toneelgroep Amsterdam waar hij artistiek leider wordt
2005-2006  Speelt bij het Toneelhuis in Antwerpen
2006   Freelance acteur
Speelde tot nu toe in ruim honderd voorstellingen

Verschenen in Theatermagazine Scènes oktober 2018

Meer weten