Yentl Schieman en Christine de Boer

Interview cabaretiers Yentl en De Boer: 'Na die prijs konden we los'

Yentl en De Boer is de merknaam van het cabaretduo Yentl Schieman en Christine de Boer. Het is de meest geschikte van alle combinaties van hun voor- en achternamen. Zo klinkt Schieman en De Boer te veel als een advocatenkantoor.

Tekst: Jan J. Pieterse | foto’s Janita Sassen

Yentl en Christine wonnen het Amsterdams Kleinkunst Festival en maakten met De Snoepwinkel is gesloten een eerste programma dat een nominatie opleverde voor de Neerlands Hoop. Ook waren zij te zien op festivals als Lowlands, Zwarte Cross, Oerol Terschelling en Broadway Texel. De grote doorbraak kwam toen het duo in 2014 de Annie M.G. Schmidtprijs kreeg voor het lied Ik heb een man gekend, waarin mannen langskomen die 'interessante' weetjes ventileren. Yentl: ‘Onze naam gonsde al rond, we hadden een cd gemaakt en stonden in de startblokken. We dachten: nu moet er iets gebeuren. Dat gebeurde en toen konden we los. Nu zitten we in rustiger vaarwater, maar direct na die prijs was het superhectisch.’ Het begon allemaal op de Amsterdamse Toneelschool en Kleinkunstacademie waar Christine en Yentl elkaar ontmoetten.

Bruggenbouwers

Christine, geboren en getogen in Baarn: ‘Ik kom uit een ondernemersgezin en ben de derde van vier kinderen. Mijn vader heeft het bruggenbouwbedrijf van zijn vader overgenomen. Mijn moeder is Belgische en Franstalig van origine. Frankrijk is altijd wel een ding in mijn opvoeding geweest, zoals chansons en vakanties die die kant opgingen. Mijn ouders waren niet enthousiast dat ik naar een toneelopleiding wilde, ze zagen het als een leuke hobby. Mijn vader heeft wel eens de hoop uitgesproken dat ik het bedrijf zou overnemen. Dat kan ik me wel voorstellen, het ondernemen zit ons in het bloed.' Yentl ziet het voor zich: ‘In zo'n mantelpakje.’ Christine: ‘Ja, als ik meer met bruggenbouwen en minder met toneel had gehad, was ik de bouw ingegaan. Mijn ouders gaven ons wel mee dat we zelf moesten kiezen. Ik heb eerst nog drie jaar communicatiewetenschap gestudeerd, maar toen wist ik het zeker: ik wil naar een toneelopleiding. Mijn ouders vonden dat jammer. Maar na mijn afstuderen kwam ik in de musical Soldaat van Oranje en daar stonden zij bij de première, met Koningin Beatrix. Ik kwam op en zag mijn vader met betraande ogen, helemaal trots. Dat ontroerde mij dan weer en ook dat ze zeiden: het is zó mooi om te zien dat het is goed gekomen. Wat daarna allemaal met Yentl en De Boer gebeurde, vinden ze nóg veel toffer.'

Ontmoedigingsspeech

Yentl, geboren en getogen in het Zeeuwse Kruiningen: ‘Ik kom uit een creatief gezin en ben de eerste van twee kinderen. Mijn vader heeft kunstacademie gedaan, gaf les en was veel aan het schilderen. Mijn moeder is kleuterleidster, heeft veel fantasie en bedenkt de gekste verhalen voor kinderen. Ze zou wel willen doen wat ik doe. Soms vraagt ze: “Hebben jullie nog een heks nodig?’ Vroeger las ze altijd verhalen voor, daar zal ik mijn fantasie wel van hebben. Het was geen doorsnee Zeeuws gezin. Op de middelbare school deed ik nooit mee met musicals. Wel ging ik met mijn moeder kijken naar musicals als Aida en Elisabeth. Dat vond ik fantastisch, maar ik kon niet bedenken dat ik dat zelf ooit zou doen. Daar kwam ik pas later achter. Ik vond De Vliegende Panters leuk en las in een interview dat die op de Kleinkunstacademie hadden gezeten. Wat zij deden was precies wat ik wilde, met muziek en grappen en sketches. Op m'n negentiende ging ik naar de Amsterdamse Kleinkunstacademie. Dat was niet normaal. Vriendinnen gingen hooguit naar Breda of Maastricht, maar niet naar Amsterdam en dan ook nog een toneelschool. Die overgang was best heftig. Ik deed auditie met het lied Geen kind meer. Toen ze vroegen van wie dat was, zei ik: Karin Bloemen. Daar werd hard om gelachen, want Jan Boerstoel heeft het geschreven. Nee, ik haakte niet af. Ook niet na een ontmoedigingsspeech, waarin ze benadrukten dat je dit vak écht graag moet willen en nog maar eens goed moest nadenken. Toen dacht ik helemaal: Dit ga ik zéker wél doen! En ik werd aangenomen, fantastisch! Toen ze mijn naam zagen, dachten ze aan een klein joods meisje. Maar er kwam een grote boerenmeid die dialect praatte. Daarvan werd ik me pas bewust toen een studente zei dat ze niet begreep dat zo iemand werd aangenomen.’
Christine verschrikt: ‘Zei ze dat?’ Yentl: ‘Ja, dat ben ik niet vergeten. Later zei ze nog: ik snapte het echt niet toen ik je voor het eerst hoorde praten.’

Beste versie

Magie, het tweede programma van Yentl en De Boer, is na de bombastische opening van opzet hetzelfde als het eerste: de liedjes, hun handelsmerk, worden afgewisseld met gespeelde scènes. Yentl: ‘We hebben er hard aan gewerkt om de basis van de scènes sterk te krijgen, zodat die ook bij een mindere avond overeind blijven.’ Christine: ‘We werken met regisseur Michiel de Regt. Hij komt uit de hoek van toneel en muziektheater en werkt ook bij Orkater. Hij heeft ook In Concert geregisseerd. Daarbij gaat het vooral om de volgorde, de overgangen en de montage. Niet zozeer om de liedjes zelf. Bij Magie gaat het veel meer over wat je wilt vertellen, over de inhoud.’ Wat Yentl en Christine hebben geleerd van de afgelopen jaren met uitzonderlijk veel optredens, is dat je tijd en werk goed moet indelen. Als je zoveel speelt, mis je de dagen dat je afzonderlijk van elkaar kunt opladen. Dan voel je dat je jezelf aan het leegzuigen bent. Je speelt dan niet altijd op de toppen van je kunnen en voelt je een bedrieger. Het publiek heeft kaartjes gekocht en verdient de beste versie van ons.’ Yentl: ‘We proberen nu Magie niet meer dan vier keer per week te spelen, zodat we drie dagen andere dingen kunnen doen. Een avondvullende voorstelling kost veel concentratie en energie, meer dan ergens een half uurtje liedjes zingen. Volle zalen zijn geweldig, maar je moet er ook van kunnen genieten. Dat kan als je de rust pakt om ergens koffie te drinken en een beetje te mijmeren.’

Absurdisme

Uit Magie spreekt de hang naar absurdisme, duistere figuren en sprookjes. Van Harry Potter tot een heuse verdwijntruc. En het duo toont zich weer een meester in gezongen dialogen. Komische liedjes als Zo origineel en Zitten in de trein worden afgewisseld met ontroerende persoonlijke pareltjes als Stop de tijd en De slechte raadgever. Christine: ‘Toen we net begonnen met dit programma legden we te veel uit. Dan vertelden we eerst waar het liedje over ging en dan zongen we het. Dat zijn we gaan skippen, want het lied moet voor zich spreken. Geef mensen maar de ruimte om voor zichzelf in te vullen waar het over gaat. Dus het is niet: ik heb dit meegemaakt en toen gebeurde dat.’

Duoschap

Soms lopen hun persoonlijke ervaringen zelfs door elkaar, zoals een scène over het noorderlicht. Dat heeft Yentl meegemaakt, maar Christine vertelt het als haar eigen verhaal omdat dat beter past in de voorstelling. Yentl: ‘We werken nu zes jaar intensief samen en hebben nooit knallende ruzie. Wel discussies, maar weinig. Soms kan er iets smeulen, maar als je alles snel uitspreekt, is het niet meer erg. Die dingen gaan niet zozeer over het programma, maar meer over ons duoschap. Het kan op sommige momenten best moeilijk zijn om je eigen weg daarin te vinden. Wat jij zelf vindt van dingen en waar jij staat.’ Christine: ‘Dat is heel erg waar. Je kunt soms opeens in een benauwende duopositie zitten: ggrrrrr. Maar we vinden vooral kracht bij elkaar. Een Yentl-en-De-Boer-liedje is bijvoorbeeld altijd beter dan een Yentl- óf een De Boerliedje. Ik moet er niet aan denken alleen op het podium te staan. Het duoschap geeft veiligheid.’ Volmondig concluderen Yentl en Christine: ‘Het is fijn om met elkaar te werken en we hebben heel veel lol samen.’

www.Yentlendeboer.nl

Verschenen in Theatermagazine Scenes augustus-september 2018

Meer weten