4

Eerlijke voorstelling over alledaagse armoede

Henri Drost

Woestzoeker (8+) Theater Artemis/Theater Antigone
Gezien op: 
13 januari
Te zien t/m: 
9 maart

Vier jaar geleden maakten Raven Ruëll en Jan Sobrie met Bekdichtzitstil een even ongebruikelijke als eerlijke voorstelling over kinderen die 'anders' zijn. In hun nieuwe voorstelling Woestzoeker bij Theater Artemis en het Vlaamse Theater Antigone zijn het Sammy en Ebenezer in de 'je-zit-in-de-shit-club' zitten.

Voor de buitenwereld zijn het kinderen als alle anderen. Ze zien er niet raar uit, gaan gewoon naar school en doen hun best of juist niet. Niet direct zichtbaar is dat ze gebukt gaan onder alledaagse armoede. Ze worden er niet zozeer mee gepest, maar voelen zich buitengesloten. Omdat ze niet dat shirt met het juiste merkje hebben. Niet tweemaal per jaar op vakantie gaan. Of niet mee mogen op de schoolreis.

Niemand heeft schuld. Ebenezer en Sammy (Sophie Warnant en Dries Notelteirs) zeker niet, maar ook hun ouders niet. De vader van Ebenezer verloor zijn baan als postbode waarna de onbetaalde rekeningen zich opstapelden en na het overlijden van zijn vrouw kan de vader van Sammy het in zijn eentje niet meer bolwerken. Op veel begrip van docenten of de andere ouders hoeven zij niet te rekenen: voor hen is een paar honderd euro voor een skikamp immers geen probleem is – 'en anders spaar je er toch even voor?'

De twee vinden elkaar in een decor dat een bouwplaats of een verlaten fabriek oproept, niet alleen in het delen van een boterham en de laatste tictac, maar vooral in hun strijd om wel gezien te worden. Als niemand ze wil horen, dan zullen zij zwijgen. Oorverdovend, dat wel, want hun verzet en hun problemen worden op rebelse wijze verklankt door Keimpe de Jong die alle bouwmaterialen in het decor als percussie-instrumenten benut. Het helpt niets, maar lucht in elk geval even op. Spel en vertellen wisselen elkaar hierbij af, waarbij de ouders en de omgeving volkomen afwezig blijven: deze kinderen zijn louter op elkaar aangewezen.

Tegenover dit rauwe en uitzichtloze realisme, biedt Woestzoeker ook meer poëtische elementen. Zo ziet Ebenezer zijn ouders letterlijk krimpen onder de berg ongeopende rekeningen, totdat ze uiteindelijk zo klein zijn dat hij ze amper nog kan zien. En hoewel de voorstelling geen oplossingen biedt, is het einde toch hoopvol, zelfs al bestaat de maaltijd die Ebenezer en Sammy dan in een chique restaurant nuttigen slechts in hun verbeelding.

Bij de nieuwjaarsreceptie van de Amsterdamse culturele instellingen bepleitte Eric de Vroedt, artistiek leider van Het Nationale Theater voor gele hesjes in het theater, theater dat de kloof ontkent noch ontvlucht, maar thematiseert en incorporeert: 'Naar kunst die de onrendabelen van deze samenleving een stem geeft zonder de succesvollen meteen monddood te maken.'

Precies dit doet Woestzoeker – ook heel concreet door samen met Quiet zonder al te veel ophef mensen iets aan te bieden wat zij normaal gesproken niet kunnen betalen: van een tweedehands fiets tot een etentje, van een knipbeurt tot kaartjes voor een voorstelling. Een druppel op een gloeiende plaat? Misschien, maar zo wordt verbinding en verbeelding hoorbaar, zichtbaar en tastbaar.

Foto: Kurt van der Elst

Te zien t/m 19 maart