4

Persoonlijke monologen maken Allemaal Mensen must see

Léonie Sanders

Allemaal Mensen – Toneelgroep Oostpool
Gezien op: 
4 oktober in De Meervaart in Amsterdam
Te zien t/m: 
t/m 24 november.

Regisseur Marcus Azzini zette veertien podiumkunstenaars uit verschillende disciplines en gemeenschappen bij elkaar in één voorstelling. Hun persoonlijke verhalen vormen de kern van Allemaal Mensen, dat een poging waagt elkaar beter te begrijpen en verschillen te omarmen. Niet alles in de voorstelling is begrijpelijk, maar alleen al de prachtige persoonlijke monologen maken het een must see.

De avond begint met een luchtig voorstelrondje, waarbij aan het publiek wordt gevraagd naar hun eerste associaties bij een bepaalde speler. Als de spelers vervolgens een van hun chaotische repetities naspelen, waarin Annica Muller een menselijke fontein wil creëren en het uiteindelijk ontaardt in overal water, Tim Olivier Somer die naakt over het toneel beweegt en het droogmaken van het podium met obscene bewegingen, vraag je je wel even af waarin je in hemelsnaam bent belandt. Er komt sowieso veel naakt voor in de voorstelling, niet altijd met toegevoegde waarde.

Ik ben echter verkocht als Rick Paul van Mulligen zijn krachtige monoloog houdt, recht uit het hart over de homohaat die nog steeds aanwezig is in Nederland: hoe het bijvoorbeeld nog steeds als goor wordt gezien als hij zijn vriend zoent. Zo komen persoonlijke, heftige ontboezemingen van alle spelers in een monoloog of sketch aan bod. Door de manier van vertellen wordt het echter nooit te zwaar, maar komt het wel recht je hart binnen.

Zo is Joy Delima openhartig over haar gebrek aan zelfliefde en het feit dat ze niet klaar kan komen en vertelt Milou van Duijnhoven over hoe ze altijd al voor jongen wordt aangezien. Casper Nusselder houdt een inspirerende monoloog over de kant van de man in de #MeToo-discussie. Wie echter het meeste ontroert, is Florian Myjer als fladderige homoseksueel die schuchter zijn onzekerheden onthult, en uiteindelijk zijn liefde voor medespeler Niek Vanoosterweyck opbiecht in een prachtige brief.

Hierna verwordt de voorstelling tot een chaos die een onbegrijpelijke, jammerlijke stijlbreuk vormt met het voorgaande deel. Er is bodypainting, iemand in berenpak, onbeduidende, lelijke filmbeelden en Niek poseert naakt op een sokkel, terwijl Florian hem met water besproeit. Hierna volgt nog een wat lange monoloog van Ludwig Bindervoet, die vertelt dat taal niet alles kan duiden en deze voorstelling dus ook niet. Gelukkig volgt daarna toch een waardig slot, als iedereen in berenpak opkomt om hun uniciteit uit te beelden.

Foto: Sanne Peper

Tags: