Dolf Jansen ontmoet Claudia de Breij

Uw verslaggever loopt de Mary Dresselhuys zaal van het De la Mar binnen, nog herstellende van een hogesnelheids-fietsslalom door Amsterdam, waarbij nauwelijks toeristen zijn geraakt. Claudia staat als een volleerd model op het podium, Scenes-fotograaf Janita gebaart naar mij dat ik vooralsnog echt buiten het shot moet blijven. Tien minuten later speelt Claudia een intro voor me, en herken ik gelukkig een Carole King-liedje. Terwijl de foto’s gemaakt worden - en we samen in de lege zaal nog even een very bored couple neerzetten - praten we bij over collega’s in ons vak, spelen met band en hoe we ooit – lang, lang geleden – samen tv maakten.

Als we in de artiestenfoyer geland zijn vraag ik of ik, in de week na première en wederom erg enthousiaste recensies, een blij en tevreden mens tref? ‘Uitermate opgelucht, vooral. Van iedereen om me heen ben ik degene die zich het meest druk maakt..’

...als er een première aankomt? ‘Ja. Iedereen zegt altijd je weet het nou toch wel, en het gaat toch al jaren heel goed, maar zo voel ik dat helemaal niet. Ik kan wel eens van het podium afzweven zo van ‘jaaaa, mensen, jaa, dit doe ik dus..’, maar ik kan ook heel goed zelf hele nare zinsneden verzinnen over hoe kut het is wat ik allemaal doe.’

En dat laatste, dat is echt iets dat in jezelf zit? ‘Ja, dat zit echt in mijn aard.’

Want je zalen zitten vol en als de verhalen waar zijn, zijn de mensen heel enthousiast en blij. En je hebt wel eens een mindere avond en een betere, maar dan nog… ‘Ik heb ook wel het idee.….laten we onszelf nou eens kunstenaar noemen (uw verslaggever knikt hier instemmend), ik denk dat het alleen maar groeit op twijfel. Als je denkt nou de vorige keer was echt top dus daar gaan we eens op door…dat heeft volgens mij nog nooit gewerkt. Ik ben nu schrijvende aan mijn oudejaars voor het najaar, en dat werkt precies zo…ergens weet ik wel dat ik het kan, maar ik wil toch dat het beter wordt, een paar momenten waarvan je zelf ook voelt dat is echt nieuw, echt raak..Bij mij gaat het eigenlijk vooral beter sinds ik besloten heb dat ik me gewoon niks aan trek van wat anderen ervan vinden.’

En recensies dan…als je een hele goede gelooft, moet je een slechte eigenlijk ook serieus nemen? ‘Precies. Er zijn soms superlatieven bij dat ik denk nou…dat valt wel mee hoor. En zo kan ik ook naar kritiek kijken. Dus als de Volkskrant de actuele grappen niet actueel genoeg vindt, denk ik it’s all in the game. Je moet ze nooit van repliek willen dienen. Dat is echt kansloos.’

Is er iets aan recensies waar je je aan ergert, de manier waarop er geschreven wordt, of..? ‘Nou, in het algemeen vind ik dat de laatste jaren het persoonlijke belangrijker wordt gemaakt dan een gedegen stuk schrijven over het ambacht, het vakmanschap. Zoals de column bijna belangrijker is geworden dan de nieuwsanalyse – waar we trouwens allebei ook een exponent van zijn, wij schrijven toch op verschillende plekken op een leuke manier over de werkelijkheid – maar dat het persoonlijke zo belangrijk wordt, dat vind ik wel eens jammer. Dat een musical twee sterren of ballen krijgt omdat de recensent er weinig aan vond, dan mag er van mij ook wel wat geschreven worden over dat vakmanschap, hoe goed het eruit ziet, dat er goed gezongen wordt…die twee sterren is jouw mening, en eigenlijk vind ik die dan te zwaar wegen. Twee sterren betekent eigenlijk ‘had je de moeite maar bespaard, ga een vak leren’, dat vind ik eigenlijk wel heel heftig. En ik geloof dus dat dat niet de schuld is van de recensenten, het is wat wij allemaal doen in deze tijd, heel veel heeft te maken met de persoon, de persoonlijkheid.’

Zoals de zwarte Amerikaanse rockband Living Colour het ooit noemde de cult of personality.. ‘Ja, precies dat. En soms heeft een recensent het gewoon echt niet begrepen. Hoewel (grote grijns), er waren bij mij vorige week zeven of acht kranten, en ze hebben allemaal ontzettend goed begrepen wat ik bedoelde – soms zelfs dat ik dacht oh, bedoel ik dat…? Een keer viel zelfs het woord oeuvre….dat ik dacht, oh, is er al sprake van een oeuvre, en een thema…nou nou! Soms maken ze je groter dan je jezelf voelt, en soms voel je oké, zo heb jij het willen zien. Nou, dan focus ik me maar op al die mensen die het wel begrepen hebben.’

ClaudiaWaar komt je nieuwe voorstelling vandaan, is dat een thema, een gedachte..? ‘Vaak komen mijn voorstellingen uit een frustratie… Ik had de oudejaars gedaan, een jaar lang heel erg gefocust op het nieuws, bijna manisch…ik was ook vrij bang voor de ontvangst. Ik stond echt een jaar schrap, en tot maart na de oudejaars voelde ik in mijn schouders dat ik nog aan het ontspannen was… Het is allemaal gelukt, maar het voelde alsof ik een zeeslag had overleefd, weet je wel. Ik had zo continu op mijn telefoon het nieuws gevolgd - nou ja, jij kent dat mechanisme, als ik dit omdraai wordt het dat, en dat kan ik hieraan koppelen… - , dat ik in januari helemaal de weg kwijt was. Ik had mezelf een jaar lang wijsgemaakt dat het ertoe deed wat ik van het nieuws vond…. Mijn thema is heel erg het handelen van het individu en het effect daarvan op de massa, en andersom, en toen zag ik Trump en Putin en Kim Jong-un en Erdogan, ik zie overal autocratieën en fascistoïde regimes opduiken, terwijl ik toch echt vanaf groep drie boekjes lees over wat er nooit meer mag gebeuren…er gingen echt wat dingen mis met mij. Zeker met Trump. Ik hou echt van Amerika, ik zag wat daar gebeurde en ik voelde me een beetje verloren. In de wereld. De voorstelling begint ook met een liedje dat ik binnen blijf, laat het maar waaien, ik blijf binnen.. Dat was ook mijn reflex, toen. Ik ga lezen en mooie muziek luisteren, mezelf voeden…ik kan echt jaloers zijn op de Maarten ‘t Harts van deze wereld, Bach, moestuin, stapel boeken….daar wordt de wereld ook niet slechter van. Ik bedoel, jij staat daar bij de FNV (uw verslaggever kwam net uit Rotterdam, van een actie voor rechtvaardige pensioenen enzomeer), en ik sta daar met mijn sla-emmer, en dat is ook te gek, maar soms denk ik: was ik maar Maarten t Hart. Maar goed, dat hield ik dus niet vol. Ik las No is not enough van Naomi Klein, daar had ik heel veel aan. Ook omdat ik opeens begreep wat neoliberalisme eigenlijk betekent, waarmee mijn wereldbeeld kantelde. En ik heb het geluk dat ik een heel breed publiek heb - ook door Mag ik dan bij jou, ben ik toch zij van dat mooie liedje – en dan vind ik het heerlijk dat ze opeens voor hun klep krijgen in wat voor verziekt systeem we zitten, en dan zie ik ze bijna terugkijken hallo, het is voor mij ook weekend… Maar dat vind ik dan heel leuk, om ze daarmee te raken.’

Is dat dan moralisme? ‘Ja! But that’s not a dirty word..’

Als ik met Jessica Borst, mijn regisseur, praat over een nieuwe voorstelling hebben we het vaak over dat moralisme buiten de deur houden, maar ik geloof nu dat het misschien wel goed is, dat mensen er behoefte aan hebben, dat ik er zelf behoefte aan heb…maar wat is dan moralisme. Hoe werkt het voor jou? ‘Nou, de negatieve recensent in mijn eigen hoofd weet precies waar ik de grens overga, waar ik zelf denk godsamme, moraalridder…alsof jij het zo goed weet!’

Ja, want dat is precies de kritiek die je krijgt als je je uitspreekt…oh ja, alsof jij het allemaal weet. Met als volgende stap heb jij dan al een Syrisch gezin in huis genomen?! ‘Ik geloof dat ik daarin wel een vorm heb gevonden. Dat ik een moreel inzicht kan delen, zonder op a moral high horse te klimmen..’

En is het dan de manier waarop, de toon, hoe werkt dat voor jou bedoel ik? ‘Voor mij heeft het heel erg te maken met….(lange stilte)…ik vind het al aanmatigend om te zeggen dat ik geen haar beter ben dan de ander. Natuurlijk niet, wat dacht je dan, natuurlijk ben ik niet beter! En ik sta ook niet met dat gevoel op een podium. Ik geloof dat mensen dat haarfijn aanvoelen. Ik kom niet vertellen hoe het zit. Ik ben alleen oprecht verbaasd, en ik heb nagedacht, en verbanden gelegd die soms andere mensen nog niet hadden gezien. En die wil ik delen. En als mensen daarvan denken moraalridder, daar heb ik geen last van. Want ik heb me echt in die dingen verdiept. Dus in de voorstelling heb ik een paar dingen die vind ik, of die wil ik delen, en daar bedoel ik mee zie maar, kijk maar wat je ervan vindt. Ik spreek geregeld na de voorstelling ehm al wat oudere mannen en die zeggen zoiets van ‘ja, mooi hoor, maar ik ben het niet met alles eens wat je zegt…’ Maar dat is ook helemaal niet de bedoeling meneer! Ooit zag ik bij Oprah….ik heb eigenlijk al mijn levenslessen uit Oprah seizoen 1994/95..’

Natuurlijk.. ‘Ze had iets gezegd over vlees eten. Texaanse veeboeren woedend, ze kreeg heel zuidelijk Amerika over zich heen, dat vond Oprah heel heftig. En daar zat Maya Angelou (Amerikaanse schrijver, danseres en activist-red.) als wel vaker wijs te wezen op de bank, en die zei ‘Oprah, you’re not in this..’ Dit gaat niet over jou, het gaat over die mensen, hun onzekerheid, hun handel…en dat projecteren ze op jou. Want jij bent met die bliksemafleider van je in de lucht gaan staan, ja, dan kan je ‘m krijgen ook. Dus soms raken dingen me, maar heel veel dingen raken me niet, omdat ik weet ik ben nu voor jou die bliksemafleider, die plek om je woede kwijt te kunnen. I’m not in this…doeg!’

Drie uur later treft Claudia met haar fijne band weer een kolkende zaal tegenover zich, een zaal vol mensen die aan het eind van de avond begrijpen wat zij me in de artiestenfoyer uitlegde: De voorstelling heet niet NU omdat het over nu gaat, over actualiteit, maar over de vraag wanneer kom je in actie, wanneer voel je dat er iets moet veranderen?  En het antwoord daarop….precies!

Foto's: Janita Sassen

 

Tags: